
Siem met mn Zusje.
Het begon allemaal maandag 15 maart 2010, m’n moeder belde dat ome Siem hard achteruit zou gaan.
Gelijk nadat mama op had gehangen belde ik onze “oude zeur uit amsterdam” (dit dient wel gezegd te worden met een Amsterdamse tongval) zoals hij zichzelf tot op het laatst toe noemde.
Hij praatte wel alsof hij dronken was, maar dat lag aan de morfine.
We hebben wel een half uur aan de telefoon gezeten.
En zo optimistisch als hij was, beloofde hij me dat hij er boven op kwam.
Ik heb hem nog verteld dat mijn huis doorgaat, en dat ik hem boven op die berg tegen kom.
Gelukkig zat ik nog met Ome Siem aan de telefoon. En ja hij praatte lastig, maar hij was nog helemaal bij. hij maakte nog echt grapjes, typerende Siem geintjes. Galgenhumor, joodse humor en meer van dat kaliber.
Dinsdags waren mijn ouders en zusje naar hem toegegaan, hij was al vele malen slechter dan gister.
Hij was zelfs slechter dan mijn opa in zijn laatste minuut.
Hij viel steeds weg, en hij sloeg niets meer op in het geheugen.
Inmiddels wisten we dat ik zaterdag de sleutel van mijn huis zou krijgen, papa heeft het hem proberen te vertellen, maar het antwoord op: zaterdag gaat Frank de sleutel van z’n huis halen bij de notaris, antwoordde hij: “ja ik slaap wel goed”
Na dagen van onzekerheid wordt ik zaterdag wakker op de bank na een klein avonddutje.
Mama verteld dat Siem is opgenomen in een verpleegtehuis.
Laat een Eems of Speksnijder nou niet opgenomen worden in een ziekenhuis, dan gaan ze dood…
Als het maar weer lente wordt, want dan, dan zou hij wel weer opknappen.
Dat zei hij ons afgelopen foto.
Het is 21 maart, het is een schitterende dag.
Een mooie dag om te sterven.
Lammetjes dartelen in de wei, en de kalfjes eromheen.
De sneeuwklokjes en krokussen komen in volle glorie boven de grond uit.
De zon schijnt als nooit te voren, de wolken durven zich niet te laten zien.
Het blijkt uit alles, HET IS LENTE!!
Als je heel stil bent, en in Drenthe is het dan ook echt stil om je heen, dan hoor je de wereld roepen, nee, schreeuwen, “HET IS LENTE!!”
Na veel wikken en wegen besluiten mijn ouders om zaterdag toch nog naar Amsterdam te gaan.
Ik ga fietsen, hard fietsen, tijdens het fietsen neem ik afscheid van m’n surrogaat opa.
Hij wil zo niet genoemd worden omdat hij mijn opa niet is, maar deze man verdient het om de titel ‘opa’ te dragen.
Dat is een ere titel, het hoogste dat je kan behalen.
Hoger dan vader, vriend, oom, broer, etc.
s’Avonds chat ik met Menno van Winden erover, en zeg, het is een mooie dag om te sterven.
Geheel symbolisch, maar voor Siem niet.
Dit was rond een uur of 23. En Menno schreef dat het morgen, 22-03, ook een mooie datum was omdat Siem dan de gehele eerste lente dag meegemaakt had.
De beste man is om 23,30 uur naar zijn vrouw, broer, zus, en ouders gegaan.
Hij heeft de laatste dagen veel geleden, kon werkelijk niets meer.
Zijn slokdarm was helemaal kapot van de pijnbestraling zei hij me.
Maar, volgens mij was het niet alleen de longkanker maar ook nog de slokdarmkanker die hem de das om deed.
Voor hij die de titel opa verdient, ik groet u.
Tot op 3 juni Siem, maak er een feest van daarboven.
Als het maar lente wordt
(Bizar is wel dat papa’s en mama’s auto het niet deden maandag morgen, zou typisch een geintje zijn van Siem. Daar ben ik eigelijk wel van overtuigd.)

Op zo'n 15 kilometer van mn ouders is dit magnifieke uitzicht

De andere kant van het weggetje geeft dit uitzicht.